Voorbeelden van het gebruik van De weg af in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Snij hem de weg af.
Ik wil niet te ver van de weg af, voor het geval dat. Hier?
Ga van de weg af of ik schiet je neer.
We vlogen van de weg af, een meer in.
Ze gaan ofwel van de weg af, of ze worden vertrappeld.
Ze zetten de weg af.
Snijd hem de weg af.
Ga van de weg af.
Snij hem de weg af.
Ga van de weg af, idioot.- Luister, het.
Ga van de weg af.
We gaan de weg af.
We slipten van de weg af.
Blijf van de weg af.
Snij ze de weg af!
Hij raakte van de weg af, en raakte een boom.
Zij rijdt van de weg af, de man komt om.
Dan snijden we ze toch de weg af.
Snij ze daar de weg af.
We moeten hier de weg af.