Voorbeelden van het gebruik van Dit afmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nee, jij gaat dit afmaken.
Laat me dit afmaken.
Alleen jij kunt dit afmaken.
Ik moet dit afmaken.
Je moet dit afmaken.
Ik moet dit afmaken.
Ik moet dit afmaken.
Ik moet… Ik moet dit afmaken.
Ik kan dit afmaken.
Laat mij en Clay dit afmaken.
OK 2. Kun jij dit afmaken?
Weet je wat, we gaan dit afmaken.
Ik moet dit afmaken, anders heeft kleine Carl geen thuis.
Laten we dit afmaken.
Laat me dit afmaken.
Laat me dit afmaken.
Laten we dit afmaken.
Maar ik wil dit afmaken.
Laten we dit afmaken nu het nog licht is.
Ja, laten we dit afmaken.