AFMAKEN - vertaling in Duits

beenden
beëindigen
stoppen
afmaken
eindigen
afsluiten
voltooien
afronden
stopzetten
afwerking
ophouden
töten
vermoorden
te doden
afmaken
ombrengen
doodmaken
doodschieten
omleggen
neerschieten
doden
moorden
umbringen
vermoorden
afmaken
ombrengen
te doden
doodmaken
zelfmoord plegen
doodschieten
omleggen
mollen
doodgaan
zu Ende bringen
afmaken
afronden
afhandelen
een eind aan maken
een einde aan maken
tot een einde brengen
beëindigen
klaren
af te ronden
erledigen
doen
regelen
afhandelen
afmaken
uitschakelen
pakken
neerhalen
klaren
opknappen
moeten
zu Ende
voorbij
einde
afgelopen
afmaken
eindigt
eind
beëindigd
afgerond
voltooid
fertig
klaar
gereed
kapot
afmaken
afronden
afgewerkt
voltooid
uitgepraat
abschließen
afsluiten
voltooien
afronden
afmaken
slot
afhandelen
afsluiting
af te ronden
beëindigen
afstuderen
fertigstellen
afmaken
voltooien
afwerken
afronden
afwerking
af te maken
af te ronden
bouwen
fertigmachen
afmaken
pakken
klaarmaken
naaien
klaar
neerhalen
verslaan
kapotmaken
te grazen nemen
aftuigen

Voorbeelden van het gebruik van Afmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Morgen zal ik mijn daden in ere afmaken.
Morgen werde ich meine Taten in Ehre zu Ende bringen.
Nergens is het veilig, gewoon afmaken dit.
Es ist nirgendwo sicher, also macht es einfach fertig.
We moeten Daisy afmaken.
Wir müssen Daisy erledigen.
Je moeder zou je afmaken.
Aber deine Mutter würde dich umbringen.
Iris en ik moeten de gin rummy afmaken.
Ich und Iris müssen unser Gin Rommé beenden.
Ik moet je afmaken.
Ich muss dich töten.
Ik moet het schaalmodel afmaken en ik kan me niet concentreren.
Ich muss das Modell fertigstellen und kann mich nicht konzentrieren.
Ze wilde hier haar opleiding geneeskunde afmaken.
Sie wollte hier das Medizinstudium abschließen.
Laten we het afmaken.
Wir bringen es zu Ende.
Dat doe ik. Ik moet nog even iets afmaken.
Tue ich. Ich muss nur noch etwas erledigen.
Ja, maar hij moest de vierde fase nog afmaken.
Ja, aber er musste noch Phase 4 zu Ende bringen.
Ik moet je baas gaan martelen en afmaken.
Ich muss los, deinen Chef foltern und umbringen.
Nee, ik moet dit afmaken.
Nein, ich muss es beenden.
Ik ga deze afmaken.
Ich mache das fertig.
Maar ik heb me bedacht. lk wilde je niet afmaken.
Ich wollte dich nicht töten, aber ich hab's mir überlegt.
Laten we dit afmaken nu het nog licht is.
Lass uns das hier fertigmachen, solange es hell ist.
Roma-kinderen ten minste de basisschool afmaken.
alle Roma-Kinder zumindest die Grundschule abschließen.
Maar je moet die rapportages afmaken.
Aber Sie müssen die Berichte fertigstellen.
Laten we dit afmaken.
Wir bringen es zu Ende.
We moeten het seizoen afmaken.
Wir müssen die Saison zu Ende bringen.
Uitslagen: 2650, Tijd: 0.101

Afmaken in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits