Voorbeelden van het gebruik van Doofstom in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is doofstom, maar wel slim.
Anderen dachten dat je doofstom was.
Als je doofstom bent, hoe kom ik er dan achter wat er gebeurd is?
Het is doofstom.
Als we die hoofdkabel kunnen afsnijden… wordt Quayle doofstom en blind.
Wie zei dat? Ik ben doofstom en doof.
Hij is doofstom.
Zie je niet dat hij doofstom is?
Als ze weten dat ik doofstom ben, lopen ze meestal weg.
Ze is doofstom. wees maar niet bezorgd.
Ben je doofstom? Is het dat?
Je bent toch niet doofstom, of wel?
Je bent doofstom, maar niet dom.
Is het dat? Ben je doofstom?
Is ze doofstom?
Ik verdien een doofstom Supermodel dat van koken voor dikke Ieren houdt.
Ik verdien een doofstom supermodel dat op vadsige Ieren valt.
De genezing van sommige patiënten, een doofstom.
Ik ben bang dat hij blind, doofstom, een dwerg, homo en zwart wordt.
Ook is hij niet echt doofstom.