ECHTPAAR - vertaling in Duits

Paar
enkele
aantal
stel
koppel
echtpaar
nog
Ehepaar
echtpaar
stel
paar
koppel
getrouwd stel
Eheleute
echtgenoten
echtpaar
man en vrouw
echtelieden
getrouwde mensen
gehuwden
Pärchen
koppel
stel
paar
echtpaar
paartjes
Paares
enkele
aantal
stel
koppel
echtpaar
nog
Ehepaares
echtpaar
stel
paar
koppel
getrouwd stel
Paare
enkele
aantal
stel
koppel
echtpaar
nog
Ehepaars
echtpaar
stel
paar
koppel
getrouwd stel

Voorbeelden van het gebruik van Echtpaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Het echtpaar is doodgestoken en werd vanmorgen vroeg gevonden… in hun huis aan het strand.
Das Paar wurde in seinem Strandhaus erstochen aufgefunden.
Het echtpaar Flechtheim uit Wilmersdorf.
Das Ehepaar Flechtheim aus Wilmersdorf.
Echtpaar: € 1.413 per maand.
Paare: € 1413 monatlich.
Snickers was de naam van het favoriete paard van het echtpaar.
Magdeburg war vermutlich der Lieblingsaufenthaltsort des Paares.
Echtpaar dat samen wakker wordt.
Das Paar, das zusammen aufsteht.
Een echtpaar en hun dochtertje van één.
Ein Ehepaar und dessen einjährige Tochter.
Frederik Paul Penard(junior) was de oudste van vier zoons van het echtpaar.
Hermann Ludwig war der älteste Sohn von vier Kindern des Paares.
Alleen al de aanblik van een interraciale echtpaar was beledigend voor veel mensen.
Der bloße Anblick eines zwischen verschiedenen Rassen Paare war beleidigend für viele Menschen.
Dat echtpaar dat vermoord werd in Madrid?
Das Paar, das in Madrid ermordet wurde… Gibt's Ähnlichkeiten?
Echtpaar komt om bij auto-ongeluk'?
Ehepaar bei Autounfall ums Leben gekommen?
Cornero was één van de elf kinderen van het echtpaar.
Wilhelm war eines von zwölf Kindern des Paares.
Jong amerikaans echtpaar afgeslacht in madrid.
Junges amerikanisches Paar in Madrid ermordet.
Het echtpaar werd nooit meer gezien.
Das Ehepaar wurde seitdem nie wieder gesehen.
Wat zijn de champagnebril van het echtpaar op de bruiloft?
Was sind die Champagnergläser des Paares auf der Hochzeit?
Echtpaar dood in huis aangetroffen.
Ehepaar tot aufgefunden.
Ja, een echtpaar met een kind.
Ja, ein Paar mit einem Kind.
Het echtpaar bekijken, ze volgen,
Das Paar beobachtet, getroffen
Ontbonden'… Beer Valt Jong Echtpaar Aan.
Bär greift junges Ehepaar an- Verwest.
Erop. Het is een echtpaar, niet?
Drauf. Sie sind ein Paar, oder?
Laatst aan tafel zaten Billy en Freddy als een oud echtpaar te kibbelen.
Billy und Freddy haben sich gestritten wie an altes Ehepaar.
Uitslagen: 668, Tijd: 0.0534

Echtpaar in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits