EEN ZEILBOOT - vertaling in Duits

Segelboot
zeilboot
boot
ein Boot
een boot
ein Segelschiff

Voorbeelden van het gebruik van Een zeilboot in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Het is een zeilboot.
Op dat moment was het een zeilboot.
In dem Zustand war es ein Segelboot.
Ik ben nooit op een zeilboot geweest.
Ich war noch nie auf einem Segelboot.
De dag dat de Mets worden uitgeschakeld. Op een zeilboot.
Am Tag, an dem die Mets jährlich die Play-offs nicht erreichen. Auf Segelbooten.
Wat was dat met een zeilboot naar Sicilië?
Wie war das mit dem Segelboot?
een zonsondergang en een zeilboot.
auf einen Sonnenuntergang und auf ein Segelboot.
Ze hebben een zeilboot.
Sie haben ein Segelboot.
Ze sloeg me omdat ik sandalen droeg op een zeilboot.
Sie schlug mich, weil ich auf einem Segelboot offene Schuhe trug.
Ik zag mannen zakken met wit poeder op een zeilboot laden.
Ich sah Männer, die Säcke voll mit weißem Pulver in ein Segelboot laden.
Ik zag wat mannen tassen vol wit poeder in een zeilboot laden.
Ich sah Männer, die Säcke voll mit weißem Pulver in ein Segelboot laden.
Ik ben nooit eerder op een zeilboot geweest.
Ich war noch nie auf einem Segelboot.
Wolken, water, een zeilboot.
Wolken, Wasser, ein Segelboot.
Een collega van de bank heeft een zeilboot gekocht. Van Victor.
Victors. Ein Kollege aus der Bank hat sich eine Jacht gekauft.
Maar toch kocht hij een zeilboot.
Trotzdem kaufte er ein Segelboot.
Zie je, ik zou nooit een zeilboot kopen.
Sieh mal, ich würde mir nie ein Segelyacht kaufen.
We ontsnapten via Het Kanaal in een zeilboot.
Englischen Kanal in einem Segelboot.
Ik ga een zeilboot kopen.
Ich rede davon, ein Segelboot zu kaufen.
Hij heeft ook een aanbetaling gedaan voor een lap grond en een zeilboot.
Er hat ein Insel-Grundstück angezahlt und ein Boot geleast.
Jullie zaten op een zeilboot.
Sie beide auf einem Segelboot.
Ben, ze hebben een zeilboot.
Ben, sie haben ein Segelboot.
Uitslagen: 87, Tijd: 0.0544

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits