Voorbeelden van het gebruik van Geen haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kikkers hebben geen haar.
Geen haar, geen vezels.
Don Zimmer, geen haar.
Wat? Ik heb geen haar op zijn hoofd aangeraakt.
Hij heeft geen haar.
Ik ben geen haar verloren.
Hij had geen haar.
We hebben geen haar.
Ik heb hem geen haar gekrenkt.
Mijn mama heeft daar geen haar.
Het was een mooie theorie, geen haar er tussen te krijgen.
Je hebt tenslotte geen haar.
Wat voor haar? Ik geef geen haar weg.
Je hebt geen haar.
Maar ik zei al, ik geef geen haar weg voor vloeken.
Mijn vriend had geen haar.
Je kunt me geen haar krenken.
Ik kan hoog springen, maar heb geen haar.
