Voorbeelden van het gebruik van Grommen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Bent u niet bang wanneer u hem hoort grommen zoals?
Al dat… grommen en het gekreun.
Ik noem dat spinnen en niet grommen,' zei Alice.
Hoor je mijn maag grommen?
Zei u'grommen'?
We moeten wel grommen.
Zolang ze niet verzadigd zijn, grommen ze.
Ik kan ook grommen.
Je kunt hun buiken horen grommen.
Nee, niet grommen.
Maar grommen en haar betasten gaat te ver.
Ik heb hem horen grommen.
Ik dacht dat ik iets hoorde grommen.
Kun je ze laten grommen?
Ik hoorde hem achter me grommen en hijgen.
Het monster begon met grommen, dus gooide ik steentjes naar hem
Enkel het grommen en het malen.
Wil iedere zombie grommen? Van links naar rechts?
En grommen en beepen.
Grommen was nog effectiever geweest.