Voorbeelden van het gebruik van Haar leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet haar leren hoe ze in het daglicht moet blijven.
Je kunt veel van haar leren.
Ik moet haar leren dat ze goede en verantwoordelijk beslissingen maakt.
Je kunt van haar leren.
Jij gaat haar leren fietsen.
Jullie kunnen wat van haar leren.
Ik zal het haar leren.
Ik wil iets van haar leren.
En ik kan 't haar leren.
We kunnen veel van haar leren.
We kunnen haar leren.
Jij kunt veel van haar leren.
Ik kan het haar leren.
We kunnen vast iets van haar leren.
Ik heb haar leren schieten.
Ja, ik heb haar leren walsen voor het bal.
Ik ga haar leren om slecht te zijn.
Jij kunt haar leren op de lijn te lopen tussen vampiers en mensen.
Je moet haar leren kennen.
Dat zal haar leren wat werken is.- Praat niet zo.