Voorbeelden van het gebruik van Half twee in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We onderbreken en komen om half twee weer bij elkaar.
Dat lukt je toch niet. Half twee.
Om half twee.
Morgenmiddag om half twee.
Het is al half twee.
Ik reserveer voor half twee.
Goed. Het is half twee.
De vlucht gaat vandaag om half twee.
Het is half twee.
Waarom heb je me niet gewekt?- Half twee.
Het was ongeveer half twee.
Het is half twee.
Niet voor half twee.
Hoe laat? Rond half twee.
Ze is terug rond één, half twee.
Je kunt nooit voor iedereen verantwoordelijk zijn. Half twee.
Het is al bijna half twee.
Ze heeft een afspraak om half twee in een hotel.
Om half twee 's nachts?
Het is al half twee in de ochtend.