Voorbeelden van het gebruik van Half twee in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het is half twee.
Het is half twee.
Charing Cross, half twee.
Laten we zeggen half twee.
Tussen half twaalf en half twee.
Dit is om half twee 's nachts.
Het was half twee. Wat dan?
Waar was u om half twee vannacht?
Ik dacht dat we half twee zeiden?
Onze trein vertrekt morgen om half twee.
Iemand zag hem afval buitenzetten rond half twee.
Zeg: om half twee is m'n dochter dood!
We hadden kaartjes voor de Sagrada Familia om half twee.
Dus er arriveren drie bussen tussen tien en half twee, ja?
Ik sliep tot mijn vrouw me om half twee wekte met 't nieuws.
Wat gooide je dan om half twee s nachts in zwarte zakken weg?
Afspraak om half twee in de White Lion.
Tot half twee.
Ik reserveer voor half twee.
Half twee, California-zaal.