Voorbeelden van het gebruik van Hater in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is een hater.
U bent een hater.
Je bent mijn grootste hater.
Ik ben geen hater.
Je bent een hater.
Hij is een hater, Jeremy.
Ik geef niet veel om je en Hater zou ik wat aan willen doen.
Je bent nog niet van me af, hater.
serveren we Hater Totz!
Voorwaar, jouw hater, hij is het die afgesneden is.
Voorwaar, jouw hater, hij is het die afgesneden is.
Hater van het niet vermoorden van mensen.
Stop de hater ik zie je later.
Ik herken een hater als ik hem hoor.
Nee, speel niet met de hater.
Het perfecte voorbeeld van een hater.
Wees nu niet zo'n hater.
Je zegt dat ik een hater ben.- Ja.
Nou, oké, maar je bent wel een hater.
Schaam je, hater.