Voorbeelden van het gebruik van Heers in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
iemand ooit tegen me heeft gezegd. Heers fabuleus.
Ik wandel nu met God en heers met Hem.
Heers goed, jonge koning.
Sluit je bij me aan… en heers aan mijn zijde.
Ze zal hulp nodig hebben in die harde wereld waarover ik heers.
Vooral omdat ik heers.
Je weet goed genoeg dat ik niet heers.
Naar een tijd waarin ik heers.
Hij zei:'Heers met ons.
Ga terug naar huize Renfield en heers met ons.
Verdeel en heers.
Heers samen met mij.
Als ik hem optil, heers ik dan over Asgard?
En er zal nooit op jullie gejaagd worden, zolang ik hier heers.
verdeel en heers.
De Romeinen noemden dat verdeel en heers.
ik zeg: Verdeel en heers.
Heet dat niet'verdeel en heers'?
En Crane?- Verdeel en heers.
Zoals ze zeggen: verdeel en heers.