Voorbeelden van het gebruik van Heksen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat mensen die zich heksen noemen.
Ik ga nu naar mijn afspraak met een stel heksen.
M'n ouders waren heksen.
Natuurlijk, zijn geen van hen heksen.
Wij zijn heksen.
Geen andere haarkleur wordt meer begeerd door heksen.
We zijn goede heksen.
Ik kan niet wachten tot ze dood zijn, al die smerige heksen.
Wij zijn allebei heksen.
Er zijn hier heksen verbrand.
Mijn vrienden… Ze weten niet dat we heksen zijn.
En hier noemen we ze heksen.
Ze waren heksen.
Jong, oud, dood of levend, heksen zijn echt vervelend.
Heksen noemen dit ding hun moeder.
Heksen kunnen niet huilen
Alle heksen zullen profiteren van de komst van onze Duistere Heer.
De heksen, herrezen uit de dood.
Ik waarschuwde alle heksen overal dat de Camarilla terug zijn.
Heksen kunnen niet huilen