Voorbeelden van het gebruik van Herkansing in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je wilt een herkansing?
Ik wil een herkansing.
Eventjes dacht ik dat je… Herkansing.
Hij krijgt geen herkansing.
Tot de herkansing.
Je wou een herkansing.
Ik wil een herkansing.
En ik weet dat hij een herkansing wil.
Ik wil een herkansing!
Ik geef je een herkansing.
Ik wil een herkansing.
Je hebt je monster een herkansing gegeven.
EGO-TRIPPER Laat me raden, je wilt een herkansing.
Hij verdient een herkansing.
Nog één, de herkansing.
Er komt geen herkansing.
We krijgen geen herkansing.
De bepaling van de strafmaat, ook een herkansing.
De verliezers van de herkansing gingen naar de C-finale.
Ik wilde een herkansing. Voor dat eerste fiasco.