Voorbeelden van het gebruik van Hertrouwen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zou niet hertrouwen, dat is zeker!
Wat als ik zou hertrouwen? Denk na?
Je had kunnen hertrouwen.
Mijn ouders hertrouwen.
Gaan mama en jij hertrouwen?
Wat als ik zou hertrouwen?
Hertrouwen vóór de pensioengerechtigde leeftijd(doch samenwonen niet)
Kan ik niet hertrouwen onder de Joodse wet. Zonder de'get'.
Hertrouwen was het laatste waar ik aan dacht.
Er wordt gezegd dat ze wil hertrouwen, ook al ontkent ze dat.
Ik wil niet hertrouwen en weer zo dicht bij iemand leven… terwijl ik onzichtbaar blijf.
Waarom wil je hertrouwen, mam?
Mijn ouders hertrouwen dit weekend.
Waarom heb je nooit willen hertrouwen?
Je weet toch dat m'n vader gaat hertrouwen?
gaat hertrouwen.
Ik wilde niet hertrouwen.
Waarom zou ik zeggen… dat jullie gaan hertrouwen?
Zie je jezelf nog hertrouwen? Oké?
Jullie weten allebei dat mijn broer moet hertrouwen.