Voorbeelden van het gebruik van Het spelletje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ja. Begin niet het spelletje Would you rather" met mij.
Kent iemand het spelletje'hoe goed ken jij ze'?
Ik heb het sociale spelletje gewonnen.
Ik weet hoe het spelletje gespeeld wordt, Jack.
Dan besluit hij het spelletje van z'n broers en zussen verstoren.
Jij kent het spelletje beter dan de meeste.
Zaols in het spelletje Simon zegt.- Simon.- Simon.
Zoals in het spelletje Simon zegt.
Ik moet het spelletje blijven spelen.
Het spelletje is voorbij.
Je deed het spelletje zeven keer.
Echt. Maar het spelletje is veranderd.
Het spelletje heet Antwoorden.
We begrijpen het spelletje dat je hier speelt.
Op een dag zal ik het spelletje snappen dat je speelt.
En het spelletje heet:"Zeg wat je ziet. Veel honing.
Bedoel je het spelletje'zoek de cracker'?
Het spelletje dat ik niet leuk vond, was 'naar het werk'.
Moet je het spelletje meespelen.