Voorbeelden van het gebruik van Het strand in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Katy en ik gaan met de kinderen naar het strand.
Nee, ik ben niet op het strand.
Hij vond een horloge op het strand.
Nee, ik ga met jou mee naar het strand.
Jullie pakken het mensfiguur op het strand.
Hij legde het neer op het strand.
We wachten op je aan het strand.
Ik ben klaar voor vakantie en het strand.
Vissen, lange wandelingen aan het strand maken, schelpen verzamelen.
Ga verdomme het strand af.
Waar is het strand?
Zie je het strand niet zitten?
Het strand.
Sanering van het strand van Gros, Zurriola.
Wie wil er terug naar het strand voor een duik?
Iets bij de het strand of zo.
Bij het strand.
Op het strand wordt aan surfen gedaan.
Ribbels op het strand zijn hier een voorbeeld van.
Op het strand wordt de vangst gezeefd.