Voorbeelden van het gebruik van Hond in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Met een man en zijn hond en zijn twee dikke achtergrondzangers.
Verdrietige hond, je sapjes staan klaar!
Dat is Octavio's hond.
Als je met de hond slaapt krijg je vlooien.
Een grote hond kun je niet voorgoed opsluiten.
We moeten iets donkers nemen, vanwege de hond.
Grote Hond, heb je er een gedraaid?
De hond had u geen pijn gedaan.
Er loopt een hond op de set.
Verdrietige hond, kom de bestelling halen.
We zijn hier niet gekomen om je je hond te zien aaien.
Bij de gezinnen met een hond is de kans daarop groter.
Heb je hond gegeten?
De baas van die hond was mijn maat.
De Grote Hond is er!
Mijn hond is een betere roedelleider dan jij.
Jij hebt m'n hond vermoord. Vuile teef!
Met een tuin en… en een hond.
Jij domme hond.
Wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien.