Voorbeelden van het gebruik van Huiszoeking in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Niemand wil horen van Auzanet en de huiszoeking.
Vertel. Ik hoor dat een huiszoeking bij Adam niks heeft opgeleverd.
Jongens, doe een huiszoeking.
Illegale huiszoeking.
De Diablo's hebben een pakhuis van de Omega's aangewezen. De huiszoeking werkte.
U wordt in voorlopige hechtenis genomen en we gaan over tot 'n huiszoeking.
Nog een huiszoeking.
Ik voer alleen maar een huiszoeking uit.
Linda, Coemans, huiszoeking in dat café.
Tijdens de huiszoeking.
Voorlopig alleen huiszoeking.
Volg mij. Dit is een huiszoeking.
Vernon deed 'n huiszoeking.
Het heet een huiszoeking, Henry.
We hebben een huiszoeking gedaan.
Ira, jij leidt de huiszoeking.
U hebt geen bewijs van de huiszoeking van mijn cliënt.
Ira, jij leidt de huiszoeking.
Ik heb getuigen nodig voor 'n huiszoeking.
Zonder vermoedelijk motief is 't 'n illegale huiszoeking.