Voorbeelden van het gebruik van Idealist in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij was een onschuldige idealist.
Richmond is een idealist.
Ollie was een idealist.
Hij is idealist.
Misschien ben ik enkel een idealist.
Mijn Lantier is een idealist.
Idealist. Daarom heb ik medicijnen gestudeerd.
Mijn koene idealist.
Gelman was 'n idealist, geen kapitalist.
Een idealist, hé?
Deze jonge idealist is nu mijn assistent.
Je kunt geen idealist en kapitalist zijn, Asha.
Een filosoof en idealist. De landgenoot van Hegel en Kant.
Je kunt geen idealist en kapitalist zijn, Asha.
Je bent een idealist.
Cynicus. Een cynicus is wat een idealist een realist noemt.
Je bent een idealist.
Ze was ook een idealist.
Je bent een idealist.
Hij was in die tijd een idealist.- Nog steeds.