Voorbeelden van het gebruik van Ik denken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat moest ik denken toen.
zou ik denken.
En toen moest ik denken aan het circus.
Thrace en ik denken dat het zo'n soort val zou kunnen zijn.
Ursula en ik denken dat u een stoute jongen bent.
Elke dag bleef ik denken, Morgen zal er beter nieuws zijn".
Dan blijf ik denken: Gaat hij me ontslaan of niet?
Wil ik denken aan 'n affaire en een kind tijdens ons tweede huwelijk?
Wij allemaal, zou ik denken.
Ik denken.
Daar in de cel, bleef ik denken, hoe heeft hij dit voor elkaar gekregen?
Wat moet ik denken?
Watson en ik denken dat we de persoon die hem vermoord heeft geïdentificeerd hebben.
moet ik denken.
Dan moet ik denken aan zolderkamertjes, de goot, cholera.
Toen ik je eerder met je ex zag bleef ik denken.
Maar nu ik iedereen weer samen zie moet ik denken aan school.
Ken en Ik denken dat er echte bronnen van hoop zijn.
Allang weg, zou ik denken.
Het doet er niet toe wat jij en ik denken.