Voorbeelden van het gebruik van Denken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je zou niet denken dat hij dement was.
Ze denken al dat je schuldig bent.
Ik… Heren, wat denken jullie van een lunch?
Doe me denken aan dat van ma en pa en aan eenvoudigere tijden.
Dat denken we toch allemaal?
Ademen. Om alleen te zijn, waar ik kan denken.
Abnormaal denken en/of verlies van werkelijkheidsgevoel.
Ze denken een hartaanval.
Laten we denken, hoe we de volgende keer onszelf beter kunnen uiten.
Je zou denken dat mensen een bord ophangen.
Want dat denken we helemaal niet.
Jullie denken, dat ik het niet kan?
Gezinnen die denken dat ze dood zijn.
Hij deed me denken aan gekke ome Al.
Ik wil niet dat de gijzelaars te veel denken.
Ik zou niet denken dat hij lang sprakeloos zal blijven.
Dan groeit denken uit het leven.
We denken dat ze jou willen meenemen.
We denken dat jij niet uitgenodigd bent.
Denken is goed.