Voorbeelden van het gebruik van Imbecielen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hangt hij in z'n vrije tijd rond met imbecielen?
Jullie zijn drie imbecielen.
Moet je die twee imbecielen zien!
Je verdoet je tijd met stomme feestjes, imbecielen en dromen.
Natuurlijk. Imbecielen aanbidden idioten.
Het is allemaal omwille van die 2 imbecielen.
Het staat oplichters en imbecielen toe zich detectives te noemen.
Hij sluit me op met drie imbecielen en twee kinderen.
Imbecielen, jullie waren toch stagiaires?
Ik wou die imbecielen toch al niet lesgeven.
Sneller, imbecielen, of we raken ze kwijt!
Imbecielen. Wat zeggen ze?
Imbecielen. Goedendag. Lunch, nu.
Stop ze, jullie imbecielen.
Het zijn allemaal imbecielen.
Het zijn imbecielen.
Ik wens jullie vaarwel en veel succes, imbecielen.
Geloof is een slaapmiddel voor kinderen en imbecielen.
En hij noemde ons"imbecielen".
Dus we zijn allemaal imbecielen.