Voorbeelden van het gebruik van Insult in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vrouw van 20 met een tonisch-clonisch insult.
Hij kreeg een insult in de scanbuis.
Een insult. Ik wist niet eens
Een insult. Ze moet op haar zij.
Mogelijk hebt u een verhoogd risico op een insult of andere bijwerkingen.
Maar je moet deze innemen of je krijgt een insult.
Sofia, je had een insult.
Hij heeft een insult.
Ze heeft een insult.
Hij heeft een insult gehad.
Dit komt niet door dat insult.
Dat kan door het insult komen.
Het gebeurde voor het insult.
Hartaanval, beroerte, insult, dood, of nog erger.
Vrouw van 29. Eerste insult.
Meisje van 13, insult tijdens een koorrepetitie.
onderdrukte ademhaling en insult.
RPLS is een neurologische aandoening die gepaard kan gaan met hoofdpijn, insult, lethargie, verwardheid,
hypertensie, insult, lethargie, verwarring,
in de literatuur betrekking op hypoglykemie(en gerelateerd voorval zoals hypoglykemisch insult) en verergerde luchtweginfecties met ademnood.