Voorbeelden van het gebruik van Jurk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij draagt de jurk van je liefje Mary Margaret.
Sir? Breng de jurk naar de dame. Kidder.
Maar Vera Wang maakte een zwarte jurk zonder schouderbandjes.
Elke jurk is dus zijn prijs waard.
Voor een jurk voor Gert's bruiloft. Voor wat?
Het is een oude jurk van Janelle.
Want ik heb een nieuwe jurk nodig als ik First Desk word.
Mijn jurk, mijn sieraden!
Is dat een jurk uit lowa?
Hou je niet van de jurk?
Dank je.- Het is een jurk.
Elke dag een nieuwe jurk, die een prinses waardig is.
Over de jurk die je draagt.
Ze bladert vast al door de bladen voor een jurk.
Jij, ik deze jurk… En een dans-- afgesproken?
Een jurk aan. Ze had.
Haar jurk is omhoog gekropen.
Het brengt ongeluk als je haar in haar jurk ziet voor de bruiloft.
Zeg mijn afspraakje af en haal een jurk voor mij.
Hij trok haar jurk van het lijf.