Voorbeelden van het gebruik van Knipperen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zei: niet knipperen.
Moeder, niet knipperen.
Hij zat met zijn mond nuzzling de stick, knipperen op de muur.
Ik weet hoe je moet knipperen.
Draai je niet om, kijk niet weg, en niet knipperen.
Ik zag dat rode lampje knipperen.
Ik kan mezelf horen knipperen.
Niet bewegen, niet knipperen, niet denken.
het statuslampje afwisselend groen en oranje blijft knipperen.
Ze blijft knipperen.
Sneller dan je gelooft. Draai je niet om, en niet knipperen.
De lichtorganen onder de ogen knipperen.
En niet knipperen.
Ik kan niet meer knipperen.
En niet knipperen.
Het knipperlicht laat het licht knipperen.
verwijderen of knipperen als je wilt.
Niet knipperen.
Kan niet… knipperen.
Draai je niet om, kijk niet weg, en niet knipperen.