Voorbeelden van het gebruik van Koningen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
II Koningen luidt als.
Ik heb vier koningen.
Koningen winnen.
We stammen af van koningen, niet van slaven.
Deze robijn, uit de kroon van aloude koningen.
Of drie koningen.
Koningen worden gemaakt
Maar de koningen van de vijfde dynastie wilden meer.
En twee koningen.
Koningen kunnen niet leven
De formatie van een regering die vrij was van alle koningen.
In Frankrijk sterven koningen niet.
Geen van deze kerels zijn koningen, behalve… deze gast.
Ver weg van koningen en kastelen.
Naast de praalwagens van de drie koningen.
Koningen lijken op elkaar.
Ik schenk geen aandacht aan die prinsen of koningen.
Hij is voor koningen.
De koningen heeft de belastingen in het land voor iedereen verhoogd.
Ik wil met de koningen spreken!