Voorbeelden van het gebruik van Leer hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ga heen en leer hem beter kennen, man!
Leer hem alles wat je weet.
Ik leer hem net een beetje kennen.
Ik leer hem boodschappen doen.
Ik leer hem een lesje.
Leer hem een lesje.
Leer hem vissen.
Leer hem de christelijke god te haten net
Leer hem gewoon een beetje kennen.
Leer hem de goede Engelsche eden van het jachtvelden.
Ik leer hem een lesje.
Ik leer hem het vak.
Breng hem naar dat schuttersputje en leer hem schieten.
Leer hem om een Viking te zijn.
Paula, leer hem kennen.
Leer hem niet om dood te liggen.
Leer hem wat beters dan ik jou leerde.
Natuurlijk, ik leer hem nu pas kennen.
Ik leer hem rijden, voor de gein.
Leer hem de diepe, en oude manieren.