Voorbeelden van het gebruik van Ik leer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik leer 't je nog wel eens. Nu.
Ik leer je niet wat ik doe.
Ik leer bij dankzij jou… Je hebt vooruitgang gemaakt.
Ik leer je ook gebraden kip koken.
Ik leer hem een lesje.
Ik leer je pianospelen.
Ik leer mijn neef iets.
Ik leer het je als je wilt.
Ik leer de kinderen stadsdialect herkennen.
Ik leer over mensen, niet dolfijnen.
Ik leer je hoe te schieten.
Maar ik leer om van alles te houden.
Ik leer graag meer over je rituelen.
Ik leer je een lesje.
Ik leer je iets, zolang er nog tijd is.
Ik leer je dat ik ook een mens ben.
Ik leer 't je. Ga zitten.
Ik leer al m'n kinderen hoe ze hun eigen borden moeten vormen en ontwerpen.
Ik leer je dit ook.
Ik leer het je. Hoe?