Voorbeelden van het gebruik van Lucifer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Toen we het vierden, gooide ik een lucifer op de plaats delict.
Lucifer, ben je er nog?
De lucifer is de koning,
Lucifer Morningstar, je wordt uitgezet.
Ik heb alleen de lucifer aangestoken.
Heb je een lucifer nodig?
Lucifer. Nu ik in die loop staar, voel ik iets heel nieuws.
En U geeft lucifer aan een pyromaan?
Mazikeen. Lucifer Morningstar.
Herr God. Herr Lucifer.
Dan steken we een lucifer aan.
Lucifer. Je hebt donuts?
Een lucifer, wat benzine.
We hebben Lucifer.
Ik ben niet degene op de bank, Lucifer.
Een sleutel voor een lucifer.
Lucifer, kijk eens.
Geef me een lucifer.
Dit is het broedsel van Lucifer.