Voorbeelden van het gebruik van Meer doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij kan je nu niets meer doen.
Ik kan niet meer doen.
ik zal het niet meer doen.
Ik kan altijd meer doen.
Wat?- We kunnen dit niet meer doen.
programma's kunnen wij ook meer doen.
Niet meer doen.
Ik kan daar nou toch niets anders meer doen.
De artsen konden niets meer doen.
Ze kunnen ons niets meer doen.
Ik kan niet meer doen.
Het is verkeerd en ik zal het niet meer doen.
Ik zal het niet meer doen.
Ik kan niks meer doen.
Laten we dat maar niet meer doen.
Ik kan niets meer doen.
Dat zal ze dan niet meer doen, toch?
Maar men kan voor hem niets meer doen.
Dat zal ik niet meer doen.
Ik wil dit niet meer doen.