Voorbeelden van het gebruik van Doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat zou jij doen met degene-.
Je kunt alles doen wat je wilt.
Doen we een Kobe-Shaq-alley-oop?
Jullie moeten wat voor me doen.
Hij zei dat hij m'n gezin iets aan zou doen.
Er is iets wat we kunnen doen.
En ik moet het doen lijken alsof het haar schuld is.
We doen niet veel meer samen als eens een biertje drinken.
Ze doen hun werk, en wij het onze.
We doen dit of sterven.
Wat doen we met de Pupa?
Je hebt geen idee wat hij kan doen.
Ze zei me dat ik dit moest doen.
Matt? Hij zou me niets doen.
We moeten wat doen, Sarabi.
Laat me wat metingen doen, voordat we iets onbesuisds doen. .
Doen zij dat ook. Als jullie jullie wapens bijhouden.
Doen jouw ouders dit?
Wij doen dit en zijn weg. Met wat?
Wie van jullie doen er mee aan de Meerrace?