Voorbeelden van het gebruik van Mijn plek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn plek is warm.
Ik verdiende mijn plek bij hen.
Wat doet zij op mijn plek?
Mijn plek. Mijn plek.
Dit was mijn plek.
Dit is mijn plek, niet die van jou.
Dit is mijn plek. Ga weg.
Dit is nu mijn plek,' zei hij dan.
Ik heb mijn plek gevonden, Marco.
Dit is mijn plek.
En nog een keer.- Mijn plek!
Ze zit op mijn plek.
Pardon. Dat is mijn plek.
Dit is mijn plek,!
Het is mijn plek, met mijn regels.
Collette overtuigde BMT ervan mijn plek aan Rigo te geven.
Ik heb mijn plek weer nodig.
Dit is mijn plek.
Dit is mijn plek.
Iedereen… doe dit. Mijn plek.