Voorbeelden van het gebruik van Nageven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet het je nageven, amigo. Je bent lastig bij te houden.
En ik moet het jou ook nageven, Crane, gezien jij ermee kwam.
Ik moet hem dat nageven.
Dat moet ik je nageven.
Je moet het hem nageven dat hij volhoudt.
Ik moet het je nageven, sheriff.
Mooi geschreven, dat moet ik nageven.
Dat moet ik je nageven.
Ik moet het jullie nageven.
Je moet het ze nageven.
Dat moet ik je nageven.
dat kan ik je nageven.
Dat moet ik Mr Little nageven.
Ik moet het Das nageven.
Je moet het hem nageven dat hij volhoudt.
Wat moet ik haar nageven?
dat moet ik nageven.
Dat moest je Spud nageven.
Je moet het hem wel nageven.
Je bent heel vastberaden, dat moet ik je nageven.