Voorbeelden van het gebruik van Niet bidden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als jullie niet bidden, niet nederig zijn
Bed, niet bad.
Ga nu niet bidden.
We gaan niet bidden.
Ik wil niet bidden.
Wil je niet bidden?
Moeten we niet bidden?
Moeten we niet bidden?
Moet je niet bidden?
Waarom wil je niet bidden?
Bidden? Noem het niet bidden.
Je gaat toch niet bidden?
Wil je niet bidden?
Dus u komt hier niet bidden.
Ik zal niet bidden voor je terugkeer.
Wil je niet bidden?
Mag je niet bidden met boeven?
Moet jij niet bidden of zo?
Ze wil niet bidden voor mijn zonden.
Gaan we niet bidden? Pardon?