Voorbeelden van het gebruik van Niet opsluiten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je kunt je hier niet opsluiten.
U mag haar niet opsluiten.
Ik kan hem niet opsluiten.
Ik wil hem niet opsluiten.
Zonder bewijs mag je ons niet opsluiten.
Denk eraan, dit kunnen ze niet opsluiten.
Ze kunnen ons niet opsluiten.
Je mag ze niet opsluiten.
Ze zeiden dat ik ook gek was, maar ik liet me niet opsluiten.
maar ik laat me niet opsluiten.
Je mag hen niet opsluiten.
Ik laat me niet opsluiten.
Wij konden die kerel niet opsluiten en dat hebben we het hele jaar geweten!
Ze gaan je niet opsluiten.
U kunt ons niet opsluiten.
De politie gaat hem niet opsluiten.
Ik laat me niet opsluiten.
Je kunt een bedrijf beboeten, maar niet opsluiten.
Maar ik laat je mij niet opsluiten.
Je bedoelt toch niet… Ze kunnen hem toch niet opsluiten?