Voorbeelden van het gebruik van Omdoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die wilde ik omdoen. Wat?
Serieus? We moeten je echt een bel omdoen.
Mag ik… hem bij je omdoen?
zou ik een rode das omdoen.
Wil je deze blinddoek omdoen.
Ik wou ze bij jou omdoen.
ik 'n sjaal zou omdoen?
Zou u deze das willen omdoen?
mensen hun veiligheidsgordel niet omdoen.
Ik kon die vrouw boeien omdoen.
Zal ik hem omdoen?
Moet ik iets omdoen?
Ik wil je geen handboeien omdoen.
Je moet je been opheffen zodat ik er hem kan omdoen.
Misschien moet ik de ketting maar omdoen.
Voor wat, een riem omdoen?
Dat klopt. Fouilleren en handboeien omdoen.
Wil je dit omdoen?
U moet dit omdoen.
Je kunt hem altijd weer omdoen.
