Voorbeelden van het gebruik van Omdoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We moeten deze ring omdoen bij een Colton.
Jullie mogen de armringen omdoen.
Moet ik hem omdoen?
Je zou toch moeders ketting omdoen?
En je moet die omdoen.
Wilt u hier komen zitten en de riem omdoen, meneer?
Natuurlijk, ik zal Barnes losmaken dan kun je hem de handboeien omdoen.
Je kunt dit beter omdoen.
Ik moest die riem omdoen.
Je moet er iets omdoen.
Je kan beter geen stropdas omdoen.
Zou u dit niet omdoen?
Had ik geen das moeten omdoen?
Wat moet ik dan doen, een blinddoek omdoen?
Als we haar de handboeien omdoen?
Wil je die bij mij omdoen?
U kunt maar beter uw veiligheidsgordel omdoen.
Gordel omdoen.
Zo mag je dat niet omdoen.
Je moet dit omdoen.