Voorbeelden van het gebruik van Ontplof in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ontplof niet.
Nog één week hier en ik ontplof.
Als ik spring, ontplof ik misschien.
Neuk me tot ik ontplof!
Nee. Nog vijf minuten en dan ontplof ik.
Wil je dat ik ontplof,?
Misschien ontplof ik.
Ontplof ik als ik geen scheten laat?
Anders ontplof ik.
je het D-woord zegt, ontplof ik.
Dat Claire hier is, betekent misschien dat ik ook niet ontplof.
Ik wil je lichaam zo graag voelen dat ik bijna ontplof.
ik niet als eerste ontplof.
Ik moet je iets zeggen anders ontplof ik.
Als ik niet met je praat, ontplof ik.
En als ik je niet gauw zoen, ontplof ik nog.
Shinogu… Als je verder gaat, ontplof ik.
Als ik niet snel seks heb, ontplof ik.
Als ik nog iets nuttig, ontplof ik.
Van cake ontplof ik.