Voorbeelden van het gebruik van Onverschilligheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze is niet schuldig aan enige vorm van opzet of onverschilligheid.
Dat is geen onverschilligheid.
Alleen onverschilligheid.
Zij zou onverschilligheid niet overleven.
Lenins manier was onverschilligheid, maar de resultaten waren gelijk.
Onverschilligheid met een gebrek aan emotie.
Deze onverschilligheid heeft veel aan de huidige situatie bijgedragen.
Onverschilligheid, uitstel en eindeloze conferenties leiden slechts tot onherstelbare milieuschade.
Net zoals de onverschilligheid en hebzucht van speculanten.
Ze zijn het toonbeeld van onverschilligheid. Ik hou van katten.
Maar dankzij m'n onthechting…… m'n onverschilligheid voor lijden, kan ik doeltreffend regeren.
Jou onverschilligheid bedroeft me zeer.
onbekwaamheid, onverschilligheid, onwetendheid?
Tolerantie betekent niet onverschilligheid.
Toonloosheid is dan iconisch voor onverschilligheid.
Denk je dat ik stom ben? In onverschilligheid.
Ja hoor, verdoem het maar… tot je wegkwijnt en sterft van onverschilligheid.
Zie je de verveling en onverschilligheid?
Ze zijn het toonbeeld van onverschilligheid.
In het licht van de onverschilligheid van de internationale gemeenschap leren Afrikaanse landen dus langzaam hun problemen zelf op te lossen.