Voorbeelden van het gebruik van Opkijken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
de andere meisjes tegen je opkijken, of niet?
Je misbruikt jongens die naar je opkijken.
Maar honden kunnen niet opkijken. Oké.
Hij zal opkijken als ie wakker wordt.
Je moet tegen je leraar opkijken.
Slim.-Moet hij opkijken?
Leuk dat je eindelijk een man hebt waar je naar kan opkijken.
Niet opkijken.
OK. Maar honden kunnen opkijken.
Tegen wie je kunt opkijken.
Daar zou je van opkijken.
Want de nieuwe operatieassistente kende me niet. Ik moest opkijken en vragen om doeken.
Hopelijk kan je nog naar me opkijken. Dat was snel.
Dat komt doordat ze tegen je opkijken.
De jeugd heeft niemand om naar op te kijken. Omdat ze naar ons opkijken.
Ik ben blij dat mensen naar hem opkijken.
Lk wil niet opkijken naar Michael.
Die gaan opkijken.
Mannen op het werk praten erover hoe ze opkijken tegen hun broers.
Jij laat mij weer opkijken.