Voorbeelden van het gebruik van Oplappen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goed, konijn, laten we je oplappen.
ze zelfs haar zwervers niet meer mocht oplappen.
Kunt u m'n moeder oplappen?
Kun je haar oplappen?
Waar we haar wilden oplappen.
We kunnen de resten gebruiken en de muur oplappen.
We moeten jou oplappen.
Hij kan mij oplappen.
Ik wil die slepende deur ook oplappen.
Je laten oplappen.
Ze gaan je oplappen.
Dan laten we je oplappen.
Kun je haar oplappen?
Hem oplappen was 'n knappe prestatie.
Ga naar binnen, laat je oplappen en ga weer weg.
Laten we het ruimteschip oplappen.
daklozen mocht oplappen.
We gaan je oplappen.
Ik heb je gezicht helpen oplappen.
Een deel van mijn reparatiewerk bestaat uit het oplappen van beschadigde beelden.