OPLAPPEN - vertaling in Duits

zusammenflicken
oplappen
in elkaar zetten
hechten
reparieren
repareren
maken
herstellen
reparatie
oplossen
repair
oplappen
opknappen
helfen
helpen
hulp
flicken
repareren
maken
herstellen
lap
oplappen
naaien
dichtnaaien
knoeit
wieder hin
weer heen
weer liggen
weer slapen
meer heen
rechtzetten
oplappen
terug neer
weder
meer naartoe
opknappen
verarzten
verzorgen
behandelen
oplappen
verbinden
kijken
helpen
in Ordnung bringen
rechtzetten
goed maken
goedmaken
repareren
in orde maken
op orde brengen
recht zetten
op orde krijgen
goed komt
fiksen
zusammenzuflicken
oplappen
in elkaar zetten
hechten
zu heilen
te genezen
te helen
te herstellen
genezing
geneest
beter maken
genezen
genees
heelt

Voorbeelden van het gebruik van Oplappen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Goed, konijn, laten we je oplappen.
Okay, Hase, reparieren wir dich.
ze zelfs haar zwervers niet meer mocht oplappen.
sie nicht mal mehr ihr Gesindel verarzten durfte.
Kunt u m'n moeder oplappen?
Sie können meiner Mom helfen?
Kun je haar oplappen?
Kriegst du sie wieder hin?
Waar we haar wilden oplappen.
Wir versuchten, sie zu heilen.
We kunnen de resten gebruiken en de muur oplappen.
Wir könnten damit die Mauer flicken.
We moeten jou oplappen.
Wir müssen dich in Ordnung bringen.
Hij kan mij oplappen.
Er kann mich zusammenflicken.
Ik wil die slepende deur ook oplappen.
Ich will auch die klemmende Tür reparieren.
Je laten oplappen.
Wir lassen Sie verarzten.
Ze gaan je oplappen.
Sie kriegen dich wieder hin.
Dan laten we je oplappen.
Dann lassen wir dich flicken.
Kun je haar oplappen?
Sie können ihr helfen?
Hem oplappen was 'n knappe prestatie.
Ihn zusammenzuflicken war eine ungeheure Aufgabe.
Ga naar binnen, laat je oplappen en ga weer weg.
Geh rein, lass dich zusammenflicken und hau ab.
Laten we het ruimteschip oplappen.
Reparieren wir das Schiff.
daklozen mocht oplappen.
sie nicht mal mehr ihr Gesindel verarzten durfte.
We gaan je oplappen.
Wir kriegen dich wieder hin.
Ik heb je gezicht helpen oplappen.
Ich hab geholfen, dein Gesicht zusammenzuflicken.
Een deel van mijn reparatiewerk bestaat uit het oplappen van beschadigde beelden.
Ein Teil meiner Reparatur besteht aus beschädigten Bilder flicken.
Uitslagen: 128, Tijd: 0.0739

Oplappen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits