Voorbeelden van het gebruik van Ruimen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We ruimen eerst de as op.
Pis en poep ruimen om 01.00 uur 's nachts.
Ik moest Fizel uit de weg ruimen. Waarom?
Kangoeroes, paarden, zwijnen, buffels. Ongedierte ruimen.
Waarom zou Manticore ons op willen ruimen?
We ruimen alleen op!
Wie had kunnen weten mensen liever vuil ruimen dan vakantie vieren?
ik moest kots ruimen.
Ongedierte ruimen.
Weet u waarom uw man u uit de weg zou willen ruimen?
Vanavond ruimen we het laboratorium leeg.
Het vernietigen of ruimen van gezonde dieren roept een enorme weerstand op.
We ruimen meer op achter onze echtgenoten dan achter onze kinderen.
Het eigenlijke thema is natuurlijk echter de vraag: ruimen of vaccineren?
ik m'n eigen rommel op moest ruimen.
Wij ruimen de overige doelen op.
Tafels ruimen zich niet zelf af.
Waarom ruimen we de stad op?
Hilde en Saxa, ruimen jullie op? Dat was het.
Deze obstakels moeten we uit de weg ruimen.