Voorbeelden van het gebruik van Snoeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Volg de snoeren. Simpel.
Of me de mond snoeren.
Je denkt dat je mij de mond kan snoeren?
Haken en snoeren? Waar gaat 't om?
Op afstand bestuurbaar- Geen snoeren of kettingen!
Iemand moet je de mond snoeren.
Haken en snoeren?
sluit ik de snoeren aan.
Ze moesten hem de mond snoeren.
We snoeren ze de mond met vriendelijkheid.
Dat betekent snoeren, potten, pannen, zelfs waterzuivering.-Ja.
Als je me de mond wil snoeren, verdoe je je tijd.
Kabels en snoeren.
Kun je haar de mond snoeren of niet?
Je wilt me de mond snoeren.
Zij begreep dat ze hem ook de mond moest snoeren.
Dan kunnen ze ons de mond niet meer snoeren.
Dus moest ik hem de mond snoeren.
Misschien moeten we erheen en hen de mond snoeren.
Ik laat me niet de mond snoeren.