Voorbeelden van het gebruik van Taartjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
deegrolletjes en taartjes die je je maar kunt wensen.
Mabel levert nu taartjes.
Alles op een zomerdag.-"De hartenkoningin, maakte wat taartjes.
met de jam, de taartjes, naaiwerk en zo.
Ik heb de taartjes.
Bessenwijn, taartjes?
Het zijn petitfours, geen taartjes, agent Aubrey.
Engel, ik heb meer taartjes nodig.
Mùi, ga je handen wassen en ga 10 taartjes kopen.
De taartjes staan voor.
Zoete taartjes, snoep, chocolode, robots, pennen.
De taartjes zijn genoemd naar de Florida Keys.
Jerom komt langs met taartjes en Dolly verwelkomt hem met veel enthousiastme.
Taartjes. Ze ruiken lekker,
Dat we modern zijn en heerlijke taartjes maken. En wat betekent dat?
Volgende keer maak ik Eccles taartjes.
Bedenk een heleboel verhalen en eet duizenden taartjes.
Je weet wat dat betekent, onze taartjes kunnen overal wezen.
Ze hadden verse taartjes.
en Duitse taartjes.