Voorbeelden van het gebruik van Tig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Tig zit in de problemen.
Frannie heeft tig kaarten en dit ding is een tank.
Wolfraam elektrode voor tig.
Wat geloof je? Dat tig boemannen komen opdraven
Tig keren per dag.
Zorg dat Tig en Chibs Clay thuisbrengen.
witte mannen tig kansen krijgen.
Ik heb het al tig keer gezegd dat.
Tig, controleer de kamers.
Susan, ik heb tig dingen te doen vandaag.
Tig heeft een ongeluk gehad. Niet nu.
Martha, we hebben het hier al tig keer over gehad.
Ik heb de wereld al tig keer rondgereisd.
Ik heb tig gevechten gewonnen.
Filip. Tig.- Insgelijks. Aangenaam.- Bedankt. Con.
Ik heb dit al tig keer verteld.
Oké, ik, Tig, Juice, Hap,
De Lijkschouwer kan jullie tig criminelen geven die volgens jullie dood
Tig.- Ja.- Jij gaat met mij mee?
En die andere twee? Zij heeft tig kinderen en hij woont in 'n schoen?