Voorbeelden van het gebruik van Uitladen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Een boot uitladen.
Waarom krijgt hij straf? Uitladen.
Dus wij gaan de vrachtauto uitladen.
Ik ga wat dozen uitladen.
Kom op, we moesten het hier uitladen.
Marihuana. Een boot uitladen.
Ik moet 'n trein uitladen.
Nee, niet uitladen.
moeten ze het zelf uitladen.
m'n jongens… een paar vaten uitladen.
Komaan, help me uitladen.
Oussetressac, laat de kist uitladen.
Kapitein Bryson bereidt het uitladen voor, op dit moment.
Dus moeten we de staven uitladen.
Oké, ik wacht even tot ze uitladen.
Ik weet nog dat er grote schepen aan het uitladen waren.
Eruit. We moeten uitladen.
Eerst moeten we 'n paar dingen uitladen.
Wat volgt, is het laden en uitladen van de machine.
laat ze dan de bestelwagen uitladen.