Voorbeelden van het gebruik van Uitwissen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De scheuren uitwissen.
We kunnen het verleden niet uitwissen.
Dus ons leven uitwissen is goed in jullie wereld?
Sectie 31 kan erg goed haar sporen uitwissen.
Dat komt omdat ze hun sporen uitwissen.
We kunnen het verleden niet uitwissen.
Ik begraaf de doos, ik moet de sporen uitwissen.
Ze wil alles uitwissen.
Als de Ieren dit verpesten… dan zullen twee afdelingen Tyler uitwissen.
Jij moest haar sporen uitwissen.
Ik weet hoe ik m'n sporen moet uitwissen.
M'n vaders naam uitwissen.
Ik weet zeker dat een medicijnman zijn eigen sporen kan uitwissen, toch.
Ze willen mij uitwissen, mijn familie uitwissen.
Ik wil m'n gedachten uitwissen en hem vergeten.
Hij wil alles uitwissen wat ons is gebeurd.
Het Magisterium wilde vast z'n sporen uitwissen om ons dom te houden.
Jawel mevrouw, maar de hackers waren erg goed in het uitwissen van hun sporen.
Iemand wil al de bewijzen van uw huwelijk uitwissen, Prins Condé.
Sporen uitwissen.