Voorbeelden van het gebruik van Wat ben in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat ben jij voor een verdediger?
Wat ben je met haar van plan?
Wat ben je van plan, John?
Nog niet. Wat ben jij?
Ja, wat ben ik, Tom?
Wat ben je daar aan het doen?
Wat ben je van plan, Jackie? Waarom?
Wat ben je aan het doen? Nee, Hendron.
Akhtar, wat ben jij?
Wat ben je met mij van plan?
Wat ben ik begonnen?
Wat ben je aan het lezen?
Ja. Wat ben je dan?
Wat ben je van plan met me?
John, wat ben je van plan?
Wat ben ik aan het doen? Dit is zelfmoord.
Wat ben jij…-Waarheen? Ze hebben mijn bloed.
Wat ben je van plan met Jenova's hoofd?
Wat ben ik kwijt, een paar banden?